Plaatje bij het artikel van OBS De Peppel

Coöperatief leren

Op onze school besteden wij aandacht 'samenwerken' of 'coöperatief leren'.

Op deze manier proberen we een praktische invulling te geven aan 'adaptief onderwijs' of het beter kunnen 'omgaan met verschillen tussen leerlingen'.

Leerkrachten staan voor de uitdaging in een groep met grote diversiteit recht te doen aan verschillen tussen leerlingen. Differentiatie binnen de groep is alleen mogelijk wanneer leerlingen zelfstandig kunnen werken. De leerkracht heeft dan tijd om een of enkele leerlingen extra instructie of begeleiding te geven. Zelfstandig werken kan individueel plaatsvinden, maar ook in groepjes. Samenwerken in een groepje heeft als meerwaarde dat leerlingen van elkaar kunnen leren en elkaar kunnen helpen. Coöperatief leren is voor ons op deze manier een waardevolle aanvulling op de werkwijzen die in de verschillende groepen worden toegepast.

Coöperatief leren

Coöperatief leren is een vorm van actief en constructief leren. Het gaat op onze school niet alleen om het overdragen van kennis door de leerkracht, maar het is vooral belangrijk dat leerlingen leren informatie te verzamelen en te verwerken. Coöperatief leren stimuleert dat leerlingen actief informatie verwerven, bewerken, toepassen of oefenen. Doordat de leerlingen met elkaar over de leerstof praten, elkaar uitdagen om een moeilijk begrip uit leggen en hun gedachten onder woorden brengen, ondergaat de leerstof een persoonlijke bewerking en krijgt daardoor meer betekenis voor de leerling. De kans dat daardoor het geleerde op school ook in situaties buiten de school wordt toegepast, wordt hierdoor vergroot. Coöperatief leren maakt gebruik van verschillen die er zijn tussen leerlingen. Leerlingen in een groep verschillen van elkaar op vele aspecten. Bij coöperatief leren werken leerlingen in groepjes samen. Verschillen bieden kansen om van elkaar te leren.

Door regelmatig coöperatieve werkvormen toe te passen wordt duidelijk dat het belangrijk is samen te werken aan activiteiten en samen doelen te bereiken. Kinderen leren elkaar beter kennen en er ontstaan meer onderlinge relaties. Door te ervaren dat je met verschillende leerlingen prettig samen kunt werken, ook met kinderen die heel anders zijn dan jijzelf, ontstaat respect en waardering voor elkaar. Juist voor kinderen met speciale leerbehoeften is een veilig pedagogisch klimaat een voorwaarde voor ontwikkeling in het reguliere basisonderwijs.

In de praktijk

Laten we de coöperatieve werkvorm ‘placemat’ als voorbeeld uitwerken. De placemat als werkvorm kent de volgende stappen:

1. Opsplitsing van de klas in coöperatieve groepen.

2. Uitdelen van materiaal (door ‘materiaalbaas’/ ‘spulletjespakker’ op te laten halen). De ‘schrijver’(een andere rol) tekent een vierkant: hierin komt later het gemeenschappelijke groepsproduct te staan. Vanuit het midden of de hoeken van het vierkant worden naar de rand van het papier vier lijnen getrokken die het papier in gelijke delen verdeelt (voor ieder groepslid een apart afgeschermd deel).

3. Iedereen schrijft zijn eigen bevinden op in zijn deel van het vel papier. De leerkracht geeft daartoe een opdracht (bijv. bedenk belangrijke regels bij het samenwerken).

4. Discussie in de groep. Na een individuele bedenktijd beargumenteren de groepsleden hun keuzes. De anderen stellen daarover vragen. De groep probeert vervolgens te komen tot een lijst met de drie belangrijkste regels, waarover iedereen het eens moet zijn.

5. De gemeenschappelijke rechthoek wordt ingevuld (door de schrijver) wanneer ze tot overeenstemming zijn gekomen. Bij groepen die snel klaar zijn, kun je vragen om een rangordering aan te brengen: dit is een zogenaamde ‘sponsoropdracht’. Van belang is wel dat iedereen de uiteindelijke keuze die genoteerd staat in de gemeenschappelijke rechthoek, kan toelichten. Een eventueel aan te wijzen ‘controleur’ kan hier als aparte rol dienst bewijzen.

7. Klassikale uitwisseling. De leerkracht vraagt nu een willekeurige leerling uit de groep de selectie voor te lezen en toe te lichten. Elke leerling kan hiervoor gevraagd worden omdat de controleur er op heeft toegezien dat de toelichtingen besproken en gecheckt zijn in de eigen groep.

8. Evaluatie. De leerkracht evalueert samen met de leerlingen de gezamenlijk ontwikkelde inhoud. Ten slotte vraagt de leerkracht klassikaal nog aan een enkele leerling hoe de samenwerking is verlopen. Wat ging goed? Wat ging niet goed? Wat doe je de volgende keer anders?

Om deze en andere werkvormen goed te laten verlopen, maken we gebruik van rollenkaarten. De materiaalbaas, schrijver en tijdbewaker zijn daar een voorbeeld van.

Tijd bewaken:

  • Je zorg ervoor dat je de klok kunt zien of een horloge hebt.
  • Je vertelt aan het begin van de opdracht hoeveel tijd jullie hiervoor hebben.
  • Wanneer de groep erg lang bij een vraag blijft hangen waarschuw je, bijvoorbeeld door te zeggen: ‘We moeten aan de volgende vraag beginnen, Andes krijgen we het niet af’.
  • Af en toe vertel je aan je groep hoeveel tijd er nog over is.
  • Je geeft aan wanneer de tijd bijna voorbij is en jullie moeten stoppen.

Coöperatief leren is voor onze school een waardevolle aanvulling op klassikale activiteiten en individueel werk. Het is een actieve werkvorm die we op verschillende momenten in de les inzetten. Om voorkennis te activeren bij de instructie, tijdens de les kan de leraar korte overlegmomenten inplannen voor de leerlingen in te bouwen zodat ze betrokken blijven. In tijdens het verwerken van de leerstof ( het “maak-werk”) kunnen de leerlingen de lesstof toepassen en oefenen. Coöperatief werken zetten we ook vaak in wanneer leerlingen bijvoorbeeld gedurende een langere tijd samenwerken aan een project, werkstuk of presentatie.

Meer info

Voor meer informatie kunt u altijd terecht bij één van de groepsleerkrachten.

Deel deze pagina: